ECLI:NL:GHSHE:2011:BT2237
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- F. van Beuge
- E.J.M. Boogaard-Derix
- F.J.M. Walstock
- Rechtspraak.nl
Hof beveelt vervolging wegens ontucht met minderjarige dochter
Op 23 februari 2010 deed de vader van een minderjarige dochter aangifte tegen een volwassen man wegens ontucht met zijn dochter. De officier van justitie besloot aanvankelijk niet tot vervolging over te gaan, met het argument dat vervolging in strijd was met het belang van het slachtoffer. De vader diende daarop een klaagschrift in bij het hof, dat het beklag in behandeling nam.
Tijdens de procedure verklaarde het slachtoffer, de dochter, dat zij de relatie met de verdachte als gelijkwaardig en vrijwillig ervaarde en geen vervolging wenste. De verdachte bevestigde de relatie en het seksuele contact, dat begon toen het slachtoffer veertien jaar oud was. Het hof stelde vast dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan ontucht zoals bedoeld in artikel 245 Sr Pro.
Het hof oordeelde echter dat, ondanks de mening van het slachtoffer, het grote leeftijdsverschil en de verschillende levenssituaties een wezenlijke ongelijkwaardigheid in de relatie deden vermoeden. Ook de zorgen van de ouders en het beschermingsbelang van de minderjarige speelden een rol. Daarom verklaarde het hof het beklag gegrond en beval het de vervolging van de verdachte.
Uitkomst: Het hof verklaart het beklag gegrond en beveelt vervolging van de verdachte wegens ontucht met zijn minderjarige dochter.