ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1685
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens sloopcomplex en onvoorziene omstandigheden
Laurentius, een woningbouwcorporatie, verhuurde een bedrijfsruimte aan De Pompernickel, die deze exploiteerde als cafetaria. De huurovereenkomst liep stilzwijgend door na 1 maart 2004 en werd in 2006 overgedragen aan De Pompernickel. Laurentius wilde het complex slopen vanwege de bouwkundige staat en zegde de huurovereenkomst op 7 april 2008 op met een opzegtermijn van een jaar, maar tegen een onjuiste einddatum (1 mei 2009 in plaats van 1 maart 2009). De Pompernickel betwistte de opzegging en vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van Laurentius.
De kantonrechter had de opzegging geconverteerd naar een geldige opzegging per 1 mei 2009, maar het hof oordeelde dat conversie niet mogelijk was omdat de opzegging niet tegen het einde van een lopende huurtermijn was gedaan. Het hof stelde vast dat Laurentius zich terecht op onvoorziene omstandigheden beriep, omdat de noodzaak tot sloop van het complex na het sluiten van de overeenkomst was ontstaan en niet was voorzien. Dit rechtvaardigde de ontbinding van de huurovereenkomst per de datum van opzegging.
De vorderingen van De Pompernickel tot schadevergoeding werden afgewezen omdat Laurentius niet onrechtmatig had gehandeld. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde De Pompernickel in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is beëindigd per 1 mei 2009 wegens onvoorziene omstandigheden en de vorderingen tot schadevergoeding van De Pompernickel worden afgewezen.