ECLI:NL:GHSHE:2011:BR1657
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- C.W. Vriezen
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling tussen ex-partners in kort geding bevestigd
In deze zaak vorderde [Y.] een straat- en omgangsverbod tegen haar ex-partner [X.] in een kort geding, waarbij proceskostenveroordeling werd uitgesproken. [X.] ging in verzet tegen het vonnis, met name tegen de proceskostenveroordeling. Het hof oordeelt dat de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat art. 237 lid 1 Rv Pro de hoofdregel is dat de verliezende partij de proceskosten draagt, en dat de rechter wel bevoegd is maar niet verplicht is om in familierechtelijke zaken tussen ex-partners van deze regel af te wijken.
Het hof wijst het standpunt van [X.] af dat compensatie van proceskosten tussen ex-partners een vaste praktijk zou moeten zijn. Ook het feit dat [Y.] in de verzetprocedure niet is verschenen en het bezwaar tegen de proceskostenveroordeling niet heeft bestreden, leidt niet tot een ander oordeel, omdat de rechter ambtshalve over proceskosten beslist.
Het hof benadrukt dat een partij wel kan afzien van een proceskostenveroordeling ten haarner gunste, maar niet namens de staat kan afzien als de kosten door de staat zijn betaald. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis in verzet wordt bekrachtigd. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis in verzet wordt bekrachtigd; proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.