ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ8280
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- R.R. Everaars-Katerberg
- M.L.F.J. Schyns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot terugwerkende wijziging onderhoudsbijdragen na meerderjarigheid kinderen
In deze zaak vordert de man, na echtscheiding van de vrouw, een wijziging van de onderhoudsbijdragen voor hun inmiddels meerderjarige kinderen met terugwerkende kracht vanaf 1998 of 1999. De rechtbank wees dit verzoek af, waarop de man hoger beroep instelde. Het hof verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank en constateert dat de man en de vrouw niet zijn verschenen bij de zitting.
De man stelde dat zijn inkomen sinds 1998 was gedaald en dat de bijdragen daarom moesten worden aangepast. Hij kon echter geen bewijsstukken overleggen ter onderbouwing van deze wijziging. Het hof achtte zijn stellingen onvoldoende gemotiveerd en ging hieraan voorbij. Bovendien werd de man geconfronteerd met executiemaatregelen en was hij al in 1999 door het LBIO aangesproken op zijn onderhoudsplicht.
Het hof oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de onderhoudsverplichtingen jegens de zoon en dochter waren geëindigd toen zij meerderjarig werden, respectievelijk in 2004 en 2006. De man had geen aanvaardbare reden gegeven voor de late indiening van zijn wijzigingsverzoek. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende wijziging van onderhoudsbijdragen wegens onvoldoende bewijs en te late indiening.