ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ8271
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- E.A.G.M. Waaijers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag fysiotherapeute na verstoorde arbeidsrelatie en loongeschil
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis waarin de opzegging van de arbeidsovereenkomst van [Y.], een fysiotherapeute, door haar werkgever [X.] werd beoordeeld als kennelijk onredelijk. De arbeidsrelatie was ernstig verstoord, hoofdzakelijk door een langdurig loongeschil. [Y.] was sinds 1989 werkzaam en had een dienstverband van ruim 19 jaar. Na diverse conflicten, ziekteperiodes en mediationpogingen, werd de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van de CWI.
Het hof bevestigde dat het loongeschil de hoofdoorzaak was van de verstoorde arbeidsrelatie en dat beide partijen schuld hadden aan de escalatie, maar dat [X.] als werkgever een grotere verantwoordelijkheid droeg voor het herstel van de relatie. Het hof oordeelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was, mede vanwege de leeftijd van [Y.], de duur van het dienstverband, het ontbreken van een ontslagvergoeding en de beperkte kansen van [Y.] op de arbeidsmarkt.
Ten aanzien van de schadevergoeding vernietigde het hof het eerdere bedrag van € 55.000 bruto en stelde een nieuwe vergoeding vast van € 18.500 bruto en € 1.500 netto, rekening houdend met inkomensschade en immateriële schade. Daarnaast werden de proceskosten verdeeld waarbij [X.] werd veroordeeld tot betaling van de kosten van principaal appel en [Y.] die van incidenteel appel. Het arrest werd uitgesproken op 14 juni 2011.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en [X.] is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 18.500 bruto en € 1.500 netto.