ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ7988
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Financiële afwikkeling na echtscheiding en verrekenvergoeding op grond van huwelijkse voorwaarden
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat de man jaarlijks een vergoeding aan de vrouw zou betalen voor haar arbeidsinspanningen in zijn onderneming. De vrouw vorderde betaling van een verrekenvergoeding over de periode 1990-2002 en een arbeidsbeloning van €25.000 per jaar.
De rechtbank kende een verrekenvergoeding toe over de periode tot 31 augustus 1994 en wees de overige vorderingen af. In hoger beroep wijzigde de vrouw haar eis tot een concreet bedrag van €90.000 aan verrekenvergoeding. Het hof oordeelde dat er geen grondslag was voor een arbeidsbeloning, omdat geen afspraken hierover waren gemaakt en de vermeende meewerkvergoeding in de jaarrekeningen was opgesoupeerd door privéopnamen.
Voor de verrekenvergoeding over de vóórhuwelijkse periode stelde het hof vast dat alleen in 1991 sprake was van waardestijging van de onderneming. Het aandeel van de vrouw daarin werd schattenderwijs vastgesteld op een kwart van de kapitaalvermeerdering, wat resulteerde in een vergoeding van €4.441,37. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen behalve de proceskostenbeslissing en veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 7 april 2005.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €4.441,37 met wettelijke rente aan de vrouw, overige vorderingen worden afgewezen.