ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ6282
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.M. Renckens
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- E.L. Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrage kosten verzorging en opvoeding minderjarige na vaststelling vaderschap
In deze zaak stond de bijdrage van de man, de biologische vader, aan de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige zoon [A.] centraal. De man had nooit contact gehad met het kind en het kind was tien jaar bij de moeder en haar echtgenoot, de stiefvader, opgegroeid. Het vaderschap van de man was pas in 2008 vastgesteld, waarna de man werd verplicht bij te dragen in de kosten.
De man stelde dat zijn bijdrage nihil moest zijn vanwege het ontbreken van contact en dat de behoefte van het kind moest worden berekend op basis van de situatie bij de scheiding van de moeder en haar vorige echtgenoot. Het hof oordeelde dat de behoefte redelijkerwijs moest worden vastgesteld op basis van de welstand waarin het kind de afgelopen tien jaar had geleefd, namelijk het inkomen van de moeder en haar echtgenoot, en dat de man slechts voor 50% van de kosten aansprakelijk kon worden gehouden.
Verder betwistte de man zijn draagkracht en stelde hij dat de reeds betaalde bedragen terugbetaald moesten worden omdat deze te hoog waren. Het hof oordeelde dat de man financieel in staat was de bijdrage te voldoen en kende hem het recht toe om teveel betaalde bedragen terug te vorderen, omdat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat deze bedragen daadwerkelijk voor het kind waren besteed.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof bepaalde de bijdrage van de man per maand, met terugwerkende kracht vanaf 1 november 2008, op een lager bedrag dan door de rechtbank vastgesteld. Tevens werd de vrouw verplicht om teveel ontvangen bedragen terug te betalen.
Uitkomst: De man wordt gehouden tot betaling van 50% van de kosten van verzorging en opvoeding van het kind en de vrouw moet teveel betaalde bedragen terugbetalen.