ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ3590
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid verdeling nalatenschap wegens verbeurdverklaring aandeel door verzwijging
De moeder van partijen overleed in 1999 en liet een nalatenschap na die door haar drie kinderen werd aanvaard. Alleen twee zussen hielden zich bezig met de afwikkeling en verdeelden een bedrag van circa ƒ 14.000,- zonder de broer te betrekken. Deze stelde dat hem een derde deel toekwam en dat de verdeling nietig was.
Na een voorlopig getuigenverhoor en comparitie oordeelde de rechtbank dat de verdeling nietig was en dat de zussen hun aandeel hadden verbeurd op grond van artikel 3:194 lid 2 BW Pro wegens opzettelijke verzwijging. De rechtbank wees de vordering van de broer toe en veroordeelde de zussen tot betaling van het bedrag minus de begrafeniskosten.
In hoger beroep voerde de zus verweer dat zij het geld tijdens het leven van de moeder had opgenomen en besteed, maar kon dit niet concreet onderbouwen. Het hof verwierp alle grieven en bevestigde dat de zussen hun broer bewust buiten de afwikkeling hielden en hun aandeel verbeurd hebben. Het beroep op verjaring faalde omdat de vordering niet op de juiste grondslag was gebaseerd.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de zus tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de verdeling nietig is en veroordeelt de zus tot betaling van het aandeel van de broer, verminderd met begrafeniskosten.