ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ1272
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huijbers-Koopman
- Wabeke
- Van Erp
- Rechtspraak.nl
Boeteclausule en schenkingen in koopovereenkomst tussen moeder en zoon
In deze civiele zaak stond een geschil tussen moeder en zoon centraal over de nakoming van twee koopovereenkomsten en de geldigheid van schenkingen/kwijtscheldingen. De zoon vorderde betaling van boetes wegens niet-nakoming van de koopovereenkomsten, terwijl de moeder stelde dat deze overeenkomsten met wederzijds goedvinden waren ontbonden vanwege het niet rondkomen van de financiering.
De rechtbank had de koopovereenkomsten ontbonden, de boetebedragen afgewezen, en een deel van de geldleningen toegewezen. Het hof oordeelde dat de financiering niet rondkwam en dat de zoon verantwoordelijk was voor het regelen daarvan. De boeteclausule uit koopovereenkomst II was formeel van toepassing, maar het hof vond het onredelijk dat de moeder de boete van €15.500 moest betalen gezien de familierechtelijke verhouding en de eerdere schenkingen.
Verder stelde de moeder dat de schenkingen uit 2008 nietig waren wegens misbruik van omstandigheden, maar het hof stelde vast dat deze voortvloeiden uit een eerdere afspraak uit 2006 en niet onder misbruik vielen. De vordering tot terugbetaling van een geldlening van €1.600 werd afgewezen omdat deze was kwijtgescholden. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke relatie en het wederzijdse gelijk. Het hof vernietigde het vonnis slechts voor zover het de terugbetaling van €1.600 betrof en bekrachtigde het verder.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot terugbetaling van €1.600 af en oordeelt dat de boeteclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.