ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8585
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- F.P.E. Wiemans
- T.A. de Roos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijke overtreding milieuwetgeving inzake gevaarlijke afvalstoffen
In deze strafzaak stond een rechtspersoon terecht voor het zich opzettelijk ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen, te weten 2,3-dimethylbutaan, in de periode van september 2005 tot februari 2006. De verdachte werd beschuldigd van meerdere overtredingen van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer, waarbij het hof het bewijs beoordeelde aan de hand van verklaringen van betrokkenen en Europese richtlijnen.
Het hof oordeelde dat 2,3-dimethylbutaan als een gevaarlijke afvalstof moet worden aangemerkt, mede omdat het een productieresidu is waarvan de onderneming zich wilde ontdoen zonder zekerheid over hergebruik. Het hof verwierp het verweer dat de stof geen afvalstof zou zijn en dat het opzet ontbrak. Het opzet werd uitgelegd als 'kleurloos', gericht op het zich ontdoen van de stof, ongeacht de kennis over de gevaarlijkheid of bevoegdheid van de ontvanger.
De gedragingen van een medewerker werden toegerekend aan de rechtspersoon, die als professionele speler in de productie van geurstoffen had kunnen nagaan of de afgifte aan een bevoegd inzamelaar plaatsvond. Het hof stelde dat de verdachte zich onvoldoende had ingespannen om dit te controleren.
Hoewel de rechtbank eerder een geldboete van €5.600,- oplegde, stelde het hof vast dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering. Uiteindelijk veroordeelde het hof de rechtspersoon tot een geldboete van €6.750,-, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten en de financiële draagkracht van de verdachte.
Uitkomst: De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €6.750,- wegens opzettelijke overtreding van artikel 10.37 Wet milieubeheer.