ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8082
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-Van der Weijden
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geschiktheid en verboden onderscheid bij beëindiging arbeidsovereenkomst gehandicapte werknemer
De zaak betreft een geschil tussen werknemer [X.] en werkgever Westrom over het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst na 30 november 2006. [X.] was werkzaam als handlanger in de groenvoorziening en beschikte over een indicatie voor sociale werkvoorziening vanwege een matige arbeidshandicap. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat Westrom verboden onderscheid had gemaakt door geen contract voor onbepaalde tijd aan te bieden.
Westrom voerde aan dat [X.] niet geschikt was voor de functie vanwege lichamelijke en psychische beperkingen, onderbouwd met diverse medische en arbeidsdeskundige rapportages. Het hof stelde vast dat de functie fysiek zwaar is en niet passend voor [X.], die niet in staat was de essentiële taken uit te voeren zonder de werkgever onredelijke aanpassingen te vragen.
Het hof vernietigde eerdere vonnissen die in het voordeel van [X.] waren en wees zijn vorderingen af. Tevens werd geoordeeld dat er geen bindende toezegging was gedaan over een contract voor onbepaalde tijd. Westrom werd vrijgesteld van verboden onderscheid en [X.] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van werknemer af en bevestigt dat werkgever geen verboden onderscheid heeft gemaakt door arbeidsovereenkomst niet te verlengen wegens ongeschiktheid.