ECLI:NL:GHSHE:2011:BP2321
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Mertens-Steeghs
- Milar
- Schyns
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding minderjarige in internationale kinderontvoering
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige dochter centraal, die door haar moeder zonder toestemming van de vader naar Nederland is overgebracht. De vader heeft bezwaar gemaakt tegen deze overbrenging en verzocht om terugkeer van het kind naar België, waar het kind haar gewone verblijfplaats had.
De rechtbank had het verzoek tot teruggeleiding afgewezen op grond van berusting door de vader. Het hof neemt dit oordeel niet over en stelt dat berusting slechts onder strenge voorwaarden kan worden aangenomen. Uit de feiten blijkt dat de vader direct na de verhuizing contact heeft gezocht met Child Focus en de politie en een verzoek tot teruggeleiding heeft ingediend. Het hof concludeert dat er geen ondubbelzinnige berusting is, maar hooguit een voorwaardelijke berusting.
Daarnaast heeft de moeder zich beroepen op weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag, zoals lichamelijke en geestelijke gevaren en het verzet van het kind. Het hof acht het beroep op deze gronden onvoldoende onderbouwd en vraagt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in te stellen naar de mate van rijpheid van het kind en haar daadwerkelijke gevoelens over terugkeer.
Het hof houdt de beslissing aan in afwachting van het advies van de Raad en benadrukt dat het belang van het kind voorop staat, waarbij ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind worden betrokken.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep op berusting af en houdt de beslissing aan voor nader onderzoek naar het verzet en de belangen van het kind.