ECLI:NL:GHSHE:2010:BP1595
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- N. van Beelen
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking omzetbelasting wegens fictieve meubelhandel
Belanghebbende had een onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met als doel de in- en export van meubels. Na onderzoek door de FIOD en de Belastingdienst bleek dat er geen daadwerkelijke in- en verkoop van meubels plaatsvond, maar dat belanghebbende zich had laten lenen om tegen betaling omzetbelasting terug te vragen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag van €83.752 en een vergrijpboete van €10.000 op.
Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij het hof werd het onderzoek voortgezet, waarbij belanghebbende verklaarde dat hij geen voorraad had en slechts tegen vergoeding van €400 per maand administratieve handelingen verrichtte. De transportdocumenten en facturen bleken grotendeels vals of onbetrouwbaar. De persoon die leiding gaf aan de vermeende leverancier was reeds veroordeeld voor BTW-fraude.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er daadwerkelijk goederen waren verhandeld en dat hij zich had laten lenen om omzetbelasting terug te vragen. De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd. De boete werd wel verminderd tot €5.000 vanwege de slechte gezondheid en het beperkte inkomen van belanghebbende. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd en de boete verminderd tot €5.000.