ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1438
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Venner-Lijten
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en toewijzing loonvordering
De werknemer trad op 19 maart 2007 in dienst bij de werkgever voor zes maanden, waarna een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar volgde tot 18 september 2008. Mondeling werd op 18 september 2008 een verlenging tot 31 december 2008 overeengekomen. De werknemer werkte tot 29 september 2008, maar ging later terug op haar instemming met de verlenging en weigerde het schriftelijke contract te tekenen.
De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst niet was verlengd omdat de werknemer niet schriftelijk had ingestemd en dat de overeenkomst derhalve per 19 september 2008 eindigde. De werknemer stelde dat er geen overeenstemming was en dat de overeenkomst als voor onbepaalde tijd moest worden beschouwd, met een vordering tot loonbetaling tot 1 februari 2009.
Het hof oordeelde dat de mondelinge aanvaarding op 18 september 2008 een geldige arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 31 december 2008 tot stand bracht. Het feit dat de werknemer later van gedachten veranderde, deed hieraan niet af. De schriftelijkheidseis uit de CAO is een beschermingsmaatregel voor de werknemer en kan niet door de werkgever worden ingeroepen tegen de werknemer.
De loonvordering van de werknemer over de periode tot 31 december 2008 werd toegewezen, inclusief een gematigde wettelijke verhoging en incassokosten. De grieven van de werkgever en werknemer in hoger beroep werden verworpen en het vonnis van de rechtbank Roermond werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 31 december 2008 en wijst de loonvordering van de werknemer toe.