ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9922
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Mellema-Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Uitleg legaat en kooprecht op perceel grond in nalatenschap
Deze zaak betreft een geschil over de uitleg van een legaat in het testament van mevrouw erflaatster, die haar zoon het recht gaf een perceel grond te kopen voor vijftigduizend gulden binnen drie maanden na haar overlijden. Appellanten stelden dat dit recht vervallen was omdat geïntimeerde niet tijdig had verklaard gebruik te maken van het recht. Het hof oordeelde dat het legaat van rechtswege wordt verkregen zonder aanvaarding, maar dat aan het uitoefenen van het recht een verplichting was verbonden. De strekking van de termijn was om duidelijkheid te scheppen voor de erfgenamen.
Het hof stelde vast dat de koopintentie van geïntimeerde al voor het overlijden van erflaatster bekend was binnen de familie, waardoor aan de strekking van de termijn was voldaan. Daarom was het recht op het legaat niet vervallen. Daarnaast verwierp het hof het beroep van appellanten op inkorting en inbreng wegens het niet tijdig maken van een beroep binnen de wettelijke vervaltermijn. Ook werd geoordeeld dat geen inbrengplicht bestond voor de materiële bevoordeling uit het legaat en de koopovereenkomst.
Uiteindelijk werden de grieven van appellanten verworpen, het tussenvonnis van 18 februari 2009 bekrachtigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank Breda voor verdere behandeling. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verwierp de grieven van appellanten en bekrachtigde het vonnis dat het legaat niet is vervallen en het recht van geïntimeerde op koop bevestigt.