ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9824
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en bewijslast bij geldopnames door gevolmachtigde van nalatenschap
Mevrouw Y. is overleden en liet een nalatenschap na waarop appellanten en X. erfgenamen zijn. De neef van Y., Z., heeft met een bankvolmacht aanzienlijke geldbedragen opgenomen van de rekening van Y. Appellanten stelden dat Z. deze gelden had verduisterd en vorderden schadevergoeding van X., de rechtsopvolgster van Z.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de bewijslast voor een onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking bij appellanten ligt. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat Z. gehouden was de gelden af te dragen aan Y. of dat er sprake was van onrechtmatig handelen.
Het hof benadrukt dat de familierelatie en omstandigheden erop wijzen dat Y. mogelijk akkoord was met het gebruik van de gelden door Z. Appellanten hebben nagelaten essentiële stukken zoals grootboekkaarten te overleggen die hun stellingen zouden kunnen ondersteunen.
Ook bij een alternatieve uitleg dat nakoming van een afdrachtverplichting wordt gevorderd, oordeelt het hof dat appellanten niet aan hun stelplicht hebben voldaan. De bewijslastverdeling wordt omgekeerd vanwege het overlijden van partijen, maar appellanten slagen er niet in te bewijzen dat Z. de gelden aan Y. had moeten afdragen.
Daarom worden de grieven verworpen, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.