ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9821
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Zweers-van Vollenhoven
- Koster-Vaags
- Rechtspraak.nl
Uitleg vertrekstimuleringsregeling en verrekening WW-uitkering bij berekening uitkering
In deze civiele zaak stond centraal of bij de berekening van de eenmalige uitkering op grond van de vertrekstimuleringsregeling rekening mocht worden gehouden met de WW-uitkering waarop de werknemer na beëindiging van het dienstverband aanspraak kon maken. De werknemer stelde dat dit niet mocht, terwijl de werkgever vond dat de uitkering verminderd moest worden met de WW-uitkering om te voorkomen dat het totale inkomen hoger zou zijn dan het inkomen bij werken.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de WW-uitkering niet van de vergoeding mocht worden afgetrokken, maar het hof vernietigde dit oordeel. Het hof paste de CAO-norm toe voor de uitleg van het sociaal plan en oordeelde dat de term 'inkomensderving' ook het verlies aan WW-uitkering omvat, omdat deze uitkering het loon vervangt. Het hof achtte aannemelijk dat rekening gehouden moest worden met de WW-uitkering, mede gelet op de kantonrechtersformule en de aanbevelingen daarbij.
Het hof verwierp het bewijs van de werknemer dat er een andere afspraak was gemaakt en oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst niet tot stand was gekomen. Ook wees het hof de vorderingen van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de werknemer af en bepaalt dat bij de berekening van de vertrekstimuleringsregeling rekening mag worden gehouden met de WW-uitkering.