ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7210

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.068.456
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Pellis
  • Pouw
  • Coster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FwArt. 350 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting en verlenging van schuldsaneringsregeling ondanks eerdere beëindigingsgrond

In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van appellant centraal. De rechtbank had de regeling beëindigd vanwege het niet melden van strafrechtelijke veroordeling en civiele procedures, waardoor appellant zijn informatieplicht niet zou hebben nageleefd.

Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij te goeder trouw was en dat persoonlijke omstandigheden, zoals een dreigende uithuiszetting en loonbeslagen, een rol speelden bij het niet volledig verstrekken van informatie. De bewindvoerder bevestigde de zware persoonlijke omstandigheden en stelde voor de regeling voort te zetten en te verlengen.

Het hof oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden van appellant een verontschuldiging vormen voor het niet volledig melden van feiten. Tevens werd vastgesteld dat appellant inmiddels aan zijn verplichtingen voldoet en dat de schuld aan de betreffende schuldeiser minder dan 5% van de totale schuld bedraagt.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, wees het verzoek tot tussentijdse beëindiging af, verlengde de schuldsaneringsregeling met twee jaar en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af en verlengt de regeling tot 16 november 2014.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Uitspraak: 14 september 2010
Zaaknummer: HV 200.068.456/01
Zaaknummer eerste aanleg: R 09/423
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. P.J.A. van de Laar.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 juni 2010.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 juni 2010, en mondeling aangevuld ter zitting, heeft [appellant] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, al dan niet onder verlenging van de driejaarstermijn, te bepalen dat [appellant] de wettelijke schuldsaneringsregeling kan voortzetten.
2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 september 2010.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- [appellant], bijgestaan door mr. M.J. van de Laar, als waarnemer van mr. P.J.A. van de Laar;
- mevrouw G.A.M. Velter, hierna te noemen: de bewindvoerder.
2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 12 mei 2010;
- de verslaglegging van de bewindvoerder ingekomen ter griffie op 2 juli 2010;
- de brief met bijlage van de bewindvoerder d.d. 20 augustus 2010.
3. De beoordeling
3.1. Bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 november 2009 is ten aanzien van [appellant] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
3.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 350 lid 3 aanhef Pro en sub c en sub f Faillissementswet (Fw) de toepassing van de schuldsaneringsregeling op verzoek d.d. 10 maart 2010 van NRE Netwerk BV, thans genaamd Endinet BV, schuldeiser van [appellant], tussentijds beëindigd, nu er feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288 lid 1 en Pro lid 2 Fw.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant] zijn informatieplicht niet is nagekomen.
[appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.3. De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd.
Tijdens de toelatingszitting van 16 november 2009 heeft [appellant] erkend dat hij niet kenbaar heeft gemaakt dat hij bij vonnis van 4 november 2008 terzake van hennepteelt strafrechtelijk is veroordeeld. Hij heeft hiervoor een werkstraf van 80 uur opgelegd gekregen.
Daarnaast is er door NRE Netwerk BV een civiele procedure gestart ter incasso van de vordering in verband met schade ten gevolge van elektriciteitsdiefstal. [appellant] is in deze procedure op 8 juli 2009 gedagvaard en de zitting, waar [appellant] is verschenen, heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009. Ook van die procedure heeft [appellant] tijdens de toelatingszitting geen melding gemaakt. Uit een overgelegd proces-verbaal van verhoor van 28 augustus 2007 blijkt dat [appellant] heeft verklaard sinds december 2005 een pand te hebben gehuurd, wetende dat dit pand voor de kweek van hennep gebruikt zou worden. Hij heeft de huur van dit pand gedurende enige maanden niet betaald, ondanks het feit dat hij voor zijn medewerking € 3.000,00 per maand ontving. Blijkens deze verklaring heeft [appellant] ook feitelijk aan de hennepkweek meegewerkt door het vullen van vaten.
De rechtbank oordeelt dat ingeval [appellant] op de toelatingszitting wel melding had gemaakt van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden, de rechtbank zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zou hebben afgewezen. Dat [appellant] naar zijn zeggen overhaast heeft gehandeld en dat er sprake zou zijn van problemen in de familiesfeer en daardoor op die zitting van een en ander niet heeft gerept, vormt wellicht een verklaring voor zijn gedrag, maar naar het oordeel van de rechtbank geen verontschuldiging. Dat [appellant] tijdens de toelatingszitting in strijd met zijn ook toen bestaande informatieplicht een en ander heeft verzwegen geeft aan dat [appellant] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van een deel van zijn schulden niet onder controle heeft. Hij was op dat moment immers nog steeds niet eerlijk, aldus de rechtbank in het bestreden vonnis.
3.4. [appellant] heeft in het beroepschrift - kort samengevat - aangevoerd, dat hij door allerlei omstandigheden, welke niet aan hem te wijten zijn, in financiële moeilijkheden is geraakt en op grond daarvan om toelating tot de schuldsanerings- regeling heeft verzocht.
Hij meent dat hij bij het toelatingsverzoek de juiste inlichtingen heeft verstrekt, althans dat hij te goeder trouw was. In zijn beleving was hij in de strafzaak vrijgesproken voor de diefstal van stroom, zodat hij er ook vanuit ging dat er geen vordering was van NRE Netwerk BV. Naar het hof aanneemt heeft NRE Netwerk BV zich in de strafzaak gesteld als civiele partij, maar is zij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.
Daarbij komt dat NRE Netwerk BV destijds ook nog geen civiele procedure tegen [appellant] had aangespannen; de dagvaarding is eerst op 8 juli 2009 uitgebracht. In [appellant]s beleving was er dan ook geen vordering die hij destijds bij toelating tot de schuldsanering (of in het kader van het huisbezoek door de bewindvoerder) had dienen te melden.
[appellant] betwist nog steeds de vordering van NRE Netwerk BV. De civiele procedure bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch is thans geschorst. [appellant] stelt dat, ook al zouden alle feiten bekend zijn geweest, het verzoek tot toelating tot de schuldsanering door de rechtbank zou zijn toegewezen of althans toegewezen had moeten worden.
3.4.1. Hieraan heeft [appellant] ter zitting - kort samengevat - het volgende toegevoegd.
Hij betwist met opzet onvolledige informatie te hebben gegeven. De persoonlijke omstandigheden ten tijde van toelating waren gespannen en emotioneel. Daarbij was de druk hoog in verband met een dreigende uithuiszetting en verschillende loonbeslagen.
[appellant] heeft verder verklaard dat hij zijn verplichtingen goed is nagekomen en dat zijn contract bij zijn huidige werkgever in de derde week van oktober 2010 zal worden uitgebreid van 4 naar 28 uur per week. Feitelijk werkt hij echter 40 uur per week. Het is namelijk zijn wens om de schuldeisers zoveel mogelijk te voldoen, ook al zou hij daar tien jaar voor in de wettelijke schuldsanering moeten zitten.
3.4.2. De bewindvoerder heeft in haar brief van 20 augustus 2010 verklaard dat hoewel het kwalijk is dat [appellant] geen melding heeft gemaakt van de hennepkwekerij, de persoonlijke omstandigheden van [appellant] zwaar wegen. Zij heeft voorgesteld om [appellant] in de schuldsaneringsregeling te laten en deze te verlengen naar vijf jaar. De schuldeisers zijn er volgens de bewindvoerder niet bij gebaat dat de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd wordt. De schulden zullen door boetes en rente oplopen en zijn schulden zullen over 10 jaar alleen maar gegroeid zijn ondanks het feit dat [appellant] heeft afgelost.
De bewindvoerder heeft ter zitting toegelicht dat de situatie ten tijde van de toelating van [appellant] tot de schuldsanerings- regeling werd overheerst door de spoedeisendheid van zijn aanvraag. Door de genoemde dreigende uithuiszetting voerde op dat moment het zo snel mogelijk aanvragen van de regeling de boventoon. Om die reden is het gebruikelijke minnelijke traject niet gestart. De ervaring leert dat toekomstige sanieten zich tijdens een dergelijk traject meer kunnen verdiepen in rechten en verplichtingen die gelden bij de schuldsanering, aldus de bewindvoerder. Bovendien had [appellant] op het genoemde moment de volledige zorg voor zijn minderjarige kinderen en waren er zodanige loonbeslagen gelegd op zijn salaris dat hij nauwelijks over geld kon beschikken.
De bewindvoerder heeft tot slot aangegeven dat [appellant] verder keurig aan zijn verplichtingen voldoet en uit zichzelf de relevante informatie aan de bewindvoerder verstrekt. Sinds twee maanden heeft hij niet meer de fulltime zorg over zijn kinderen en is hij in de gelegenheid per maand een grotere afdracht te doen aan de boedel.
3.5. Het hof komt tot de volgende beoordeling.
3.5.1. Het hof dient, gelet op het bepaalde in artikel 350 lid 3 aanhef Pro en sub c en/of f Fw, te beoordelen of er bij [appellant], in het licht van de overige omstandigheden van het geval, sprake is van het niet naar behoren nakomen van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen of het door zijn doen of nalaten anderszins belemmeren dan wel frustreren van de uitvoering van de schuldsaneringsregeling en/of het bekend worden van feiten en omstandigheden die op het tijdstip van het indienen van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288 lid 1 en Pro lid 2 Fw.
3.5.2. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat de door [appellant] opgeworpen (persoonlijke) omstandigheden wel zodanig waren dat deze als een verontschuldiging gelden voor het niet volledig verschaffen van informatie ten tijde van de toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Zoals de bewindvoerder heeft beaamd, heeft de dreigende uithuiszetting een grote impact gehad op de genoemde toelating. De spoedeisendheid was groot, mede gelet op het feit dat [appellant] op dat moment de volledige zorg over zijn twee minderjarige kinderen had. Bovendien zorgden de verschillende loonbeslagen op zijn salaris voor een financieel benarde situatie.
Daarbij moet tevens rekening worden gehouden met de huidige positieve ontwikkelingen: [appellant] voldoet keurig aan zijn verplichtingen (ook tijdens de onderhavige procedure in hoger beroep) en hij verschaft (uit zichzelf) informatie aan de bewindvoerder. Het contract bij zijn werkgever wordt in de derde week van oktober 2010 uitgebreid van 4 naar 28 uur en de bewindvoerder heeft er vertrouwen in dat deze stijgende lijn zal worden voortgezet.
Het hof heeft de toelichting van [appellant] ter zitting bovendien als overtuigend ervaren.
Ten overvloede oordeelt het hof dat de schuld aan de schuldeiser NRE Network BV, thans genaamd Endinet BV, nog geen 5 % van de totale schuldenlast uitmaakt.
3.5.3. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat er geen grond bestaat voor tussentijdse beëindiging van de schuld- sanering ten aanzien van [appellant], zodat deze voortgezet dient te worden. Tevens ziet het hof op grond van het voorgaande aanleiding het voorstel van de bewindvoerder te volgen en de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen met een extra termijn van twee jaar, te weten tot 16 november 2014.
3.6. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en het hof zal de zaak terugverwijzen naar de rechtbank in verband met continuering van de schuldsaneringsregeling.
4. De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
wijst alsnog af het verzoek van de schuldeiser NRE Netwerk BV, thans genaamd Endinet BV tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [X.], geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats], laatstelijk wonende te ([postcode]) [woonplaats], [woonadres];
verlengt de duur van de schuldsaneringsregeling met twee jaar, derhalve tot 16 november 2014;
wijst de zaak terug naar de rechtbank 's-Hertogenbosch in verband met de voortzetting van de schuldsaneringsregeling en ter verdere afdoening.
Dit arrest is gewezen door mrs. Pellis, Pouw, Coster en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2010.