ECLI:NL:GHSHE:2010:BN1019
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Van Solinge
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en toepassing beslagvrije voet bij executoriaal derdenbeslag
Partijen zijn op huwelijkse voorwaarden gehuwd en gescheiden bij beschikking van november 2005. De man is verplicht tot levensonderhoudsbetalingen en een bedrag van €300.000 aan de vrouw. De vrouw legde executoriaal derdenbeslag onder Interpolis, UWV en ABP. In eerste aanleg werd geoordeeld dat de beslagvrije voet niet van toepassing was omdat de man geen vaste verblijfplaats in Nederland had. Sinds 15 januari 2009 woont hij weer in Nederland.
De man vorderde in kort geding opheffing van de beslagen of toepassing van de beslagvrije voet met terugwerkende kracht. De voorzieningenrechter bepaalde dat de beslagvrije voet vanaf 1 september 2009 geldt. De vrouw bestreed dit en stelde dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten en vermogen.
Het hof oordeelt dat de man recht heeft op toepassing van de beslagvrije voet vanaf het moment dat hij weer in Nederland woont, maar dat het niet nakomen van de informatieplicht niet leidt tot verlies van dit recht. De vrouw moest haar stelling over andere inkomsten concreet onderbouwen, wat niet is gebeurd. De ingangsdatum van 1 september 2009 wordt gehandhaafd omdat de man niet tijdig heeft aangetoond dat de beslagvrije voet eerder van toepassing was.
De grieven van beide partijen worden verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de beslagvrije voet vanaf 1 september 2009 geldt en wijst de grieven van partijen af.