ECLI:NL:GHSHE:2010:BM9137
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- J.W. Rutgers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermeende discriminatie bij sollicitaties bij ASML
Appellant [X.], gepromoveerd aan de Technische Universiteit Eindhoven, stelde dat ASML hem discrimineerde op grond van afkomst en subsidiair godsdienst, omdat hij meerdere keren werd afgewezen zonder gesprek, maar onder een andere naam wel werd uitgenodigd.
De rechtbank had een vermoeden van verboden onderscheid aangenomen, maar stelde dat ASML mocht aantonen dat zij niet discrimineerde. ASML bracht bewijs in, waaronder e-mails en verklaringen van werknemers, die het hof na zorgvuldige beoordeling authentiek achtte.
Het hof oordeelde dat ASML aannemelijk had gemaakt dat zij aanvankelijk geen behoefte had aan een theoretisch onderlegde medewerker, maar dat dit in januari 2006 veranderde, wat de uitnodiging voor het sollicitatiegesprek verklaart. Ook werd appellant als kandidaat in portefeuille gehouden en mocht het gesprek worden voortgezet nadat zijn identiteit bekend werd.
De grieven van appellant faalden, het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van discriminatie.