ECLI:NL:GHSHE:2010:BM8054
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- S.C. van Duijn
- J.W. de Ruijter
- G. de Jonge
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor slaan op hoofd met dodelijke gevolgen
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen een veroordeling wegens mishandeling met de dood tot gevolg. Vast stond dat verdachte het slachtoffer had geslagen, maar niet dat hij het slachtoffer op het hoofd had geraakt, wat essentieel was voor het vaststellen van het causaal verband met het overlijden.
Diverse getuigen verklaarden wel een ruzie en slaan te hebben gezien, maar niemand bevestigde dat het hoofd was geraakt. Deskundigen rapporteerden dat de doodsoorzaak een herseninklemming was door een ruimte innemende werking onder het schedeldak, maar konden het verband met het geweld niet zonder meer vaststellen.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het slaan op het hoofd en het daarmee samenhangende causaal verband, sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding afgewezen omdat het feit niet bewezen werd geacht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor het slaan op het hoofd en het daarmee samenhangende causaal verband met het overlijden.