ECLI:NL:GHSHE:2010:BM5207
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Vriezen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vordering betaling declaraties en toepasselijk recht bij verhuur panden in Nederland
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter te [plaats], waarbij de geïntimeerde betaling vordert van declaraties en kosten voor werkzaamheden verricht voor de appellant, eigenaar van panden in Nederland. De appellant, woonachtig in het buitenland, betwist onder meer de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, de ontvankelijkheid van de vordering, de toepasselijkheid van Nederlands recht en de inhoudelijke grondslag van de vordering.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de EEX-Verordening omdat de werkzaamheden in Nederland zijn verricht en de vordering daarop gebaseerd is. De grief over de ontvankelijkheid faalt omdat de appellant zonder geldige grond de dagvaarding niet heeft bestreden en in eerste aanleg is verschenen. De toepasselijkheid van Nederlands recht wordt bevestigd op basis van het Rome I-Verdrag, gezien de nauwe band met Nederland en de aard van de werkzaamheden.
Inhoudelijk wijst het hof enkele onderdelen van de vordering af, zoals de betwiste winstderving en een onredelijk hoge declaratie voor sleutelteruggave, die wordt gematigd tot €50. De buitengerechtelijke kosten worden gedeeltelijk toegewezen. Uiteindelijk wordt de vordering toegewezen tot €2.510,25 met wettelijke rente vanaf 4 juli 2008. De proceskosten van het hoger beroep worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering gedeeltelijk toegewezen tot €2.510,25 met wettelijke rente vanaf 4 juli 2008; overige vorderingen afgewezen.