ECLI:NL:GHSHE:2010:BM5206
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Milar
- Mellema-Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot overdracht strook grond en opheffing conservatoir beslag in familiezaken
CCS, exploitant van een autobedrijf, vorderde overdracht van een strook grond die eigendom is van [X.], beheerder van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot [Y.]. CCS stelde dat met [Y.] was overeengekomen dat de grond aan haar zou worden overgedragen, onderbouwd met diverse omstandigheden zoals het plaatsen van een hekwerk en doorbetaling van een management fee.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens niet-ontvankelijkheid op grond van de exceptio plurium litis consortium, omdat niet alle erfgenamen als partij waren betrokken. Het hof oordeelde echter dat deze exceptie niet van toepassing was vanwege de ouderlijke boedelverdeling in het testament van [Y.], waardoor de nalatenschap volledig aan [X.] was toebedeeld.
Het hof stelde vast dat CCS onvoldoende concrete feiten had gesteld die duiden op een overeenkomst tot overdracht van de grond. Ook de vorderingen met betrekking tot het hekwerk en tuinhuisje werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van eigendom of schenking.
Omdat de vorderingen van CCS werden afgewezen, werd het conservatoir beslag op de grond opgeheven. Gezien de familierelatie compenseerde het hof de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest bevestigt het belang van concrete overeenkomsten en juiste procespartijen bij onverdeelde eigendommen.
Uitkomst: Vorderingen van CCS tot overdracht van de strook grond worden afgewezen en het conservatoir beslag wordt opgeheven.