ECLI:NL:GHSHE:2010:BM3029
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Feddes
- Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot verkoop voormalige echtelijke woning na echtscheidingsconvenant
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2008 gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin de woning aan de man werd toegedeeld. Na het sluiten van het convenant raakte de man werkloos en kon hij niet voldoen aan de hypotheekverplichtingen, waardoor de vrouw vreest voor haar aansprakelijkheid jegens de hypotheekbank.
De vrouw verzocht het hof om haar te machtigen de woning te gelde te maken op grond van artikel 3:174 BW Pro, ondanks dat de boedelverdeling formeel was overeengekomen maar nog niet geëffectueerd. De rechtbank wees dit verzoek af, onder meer omdat toewijzing zou neerkomen op ontbinding van het convenant, wat partijen hadden uitgesloten.
Het hof oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was en dat artikel 3:174 BW Pro ook toepassing kan vinden na het sluiten van een verdelingsconvenant zolang de overdracht nog niet heeft plaatsgevonden. Het hof vond dat de werkloosheid van de man een onvoorziene omstandigheid vormt die rechtvaardigt het convenant open te breken en de woning te verkopen.
De belangenafweging leidde tot toewijzing van het verzoek, waarbij de vrouw gemachtigd werd tot verkoop en het betreden van de woning voor bezichtigingen, ook tegen de wil van de man. De man werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn incidentele appel en de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof machtigt de vrouw tot verkoop van de voormalige echtelijke woning en wijst het incidentele appel van de man af.