ECLI:NL:GHSHE:2010:BM2117
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Vordering Bank op [X.] wegens verpanding vordering Gertainer BV toegewezen
In deze civiele zaak stond centraal of de Bank een rechtsgeldig pandrecht had op de vordering van Gertainer BV op [X.]. De Bank stelde dat zij op 13 november 1996 een pandakte ter registratie had aangeboden bij de Belastingdienst, waarmee het pandrecht rechtsgeldig was gevestigd. De rechtbank had dit aanvankelijk betwijfeld wegens gebrek aan bewijs van registratie van de juiste akte.
Het hof stelde vast dat de Bank voldoende bewijs had geleverd dat de pandakte van 12 november 1996 op 13 november 1996 was geregistreerd, mede op basis van een brief van de inspecteur van de Belastingdienst uit 2008. Hierdoor was het pandrecht geldig gevestigd. Vervolgens werd beoordeeld of de vordering van Gertainer BV op [X.] nog bestond en toewijsbaar was.
[X.] had tegenvorderingen ingeroepen op basis van een ontslagvergoeding, freelance werkzaamheden en huurbetalingen, maar het hof vond dat deze tegenvorderingen onvoldoende waren onderbouwd en niet erkend door de curator. Ook de vermeende verrekening faalde. De Bank had een vordering van €34.749,87 plus wettelijke rente vanaf 31 juli 2005 en een terugvordering van €12.705,36 plus rente.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde [X.] tot betaling van deze bedragen, met proceskostenveroordelingen die deels voor rekening van [X.] en deels voor rekening van de Bank kwamen vanwege nodeloos veroorzaakte kosten. Het arrest werd gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 20 april 2010.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [X.] tot betaling van €34.749,87 plus rente en terugbetaling van €12.705,36 plus rente aan de Bank.