ECLI:NL:GHSHE:2010:BL5477
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Bod
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbevoegdheid voorzieningenrechter in architectuurproject
In deze zaak staat een geschil centraal tussen een architectenbureau en de gemeente over de uitvoering van een architectuurproject dat voortkomt uit een gewonnen prijsvraag. De gemeente had het project uiteindelijk aan een projectontwikkelaar willen gunnen, waarna het architectenbureau de gemeente dagvaardde voor nakoming van de overeenkomst.
De voorzieningenrechter verklaarde zich onbevoegd op grond van toepasselijkheid van arbitragebepalingen in de standaardvoorwaarden voor architecten (SR 1997) en het Reglement van de Stichting Arbitrage Instituut Bouwkunst. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de voorzieningenrechter terecht de bevoegdheid aan arbitrage heeft toegekend en artikel 1051 lid 4 Rv Pro een voorziening tegen deze beslissing uitsluit. De gewijzigde vordering van appellanten verandert hieraan niets.
De appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt het belang van arbitrageclausules in bouwrechtelijke geschillen en de beperkte ruimte voor rechterlijke tussenkomst.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens onbevoegdheid voorzieningenrechter en veroordeeld in proceskosten.