ECLI:NL:GHSHE:2010:BL4077

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-000555-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens diefstal elektrische tandenborstel bij Kruidvat

Op 24 november 2008 werd bij een filiaal van Kruidvat in Breda het alarm van detectiepoortjes geactiveerd toen verdachte de winkel verliet met een tas waarin een elektrische tandenborstel zat die niet was betaald. Een beveiligingsmedewerker hield verdachte aan.

Verdachte voerde in hoger beroep aan dat zij de tandenborstel eerder die dag in een ander Kruidvat-filiaal had gekocht, maar kon dit niet met een kassabon bewijzen. Een assistent filiaalmanager verklaarde dat dezelfde beveiliging in alle filialen wordt gebruikt en dat het alarm ook afgaat bij binnenkomst als de beveiliging niet is gedeactiveerd.

Het hof achtte het verweer ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van een betalingsbewijs, het feit dat het alarm alleen afging bij het verlaten van de winkel en het verzet van verdachte tegen controle. Verdachte had bij het politieverhoor niet gemeld de tandenborstel elders te hebben gekocht.

Het hof verklaarde bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan diefstal van een verzorgingsproduct van Kruidvat en veroordeelde haar tot een geldboete van 130 euro, bij niet-betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 130 euro, bij niet-betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis wegens diefstal.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000555-09
Uitspraak : 9 februari 2010
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 11 februari 2009 in de strafzaak met parketnummer 02-601588-08 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1980],
wonende te [woonplaats], [adres],
waarbij de verdachte ter zake van de ten laste gelegde “Diefstal” werd veroordeeld tot een geldboete van EUR 130,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen.
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 24 november 2008 te Breda met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer verzorgingsproducten en/of drogisterijartikelen, geheel of ten dele toebehorend aan Kruidvat, in elk geval aan (een) ander(en) dan aan haar, verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Door het hof vastgestelde feiten
Het hof stelt op grond van de wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de in deze kolom opgenomen noten wordt verwezen, het volgende vast.
Op 24 november 2008 traden bij een filiaal van drogisterij Kruidvat, aan de [adres slachtoffer] te Breda detectiepoortjes bij de uitgang van de winkel in werking op het moment dat een vrouw de winkel verliet.
Een beveiligingsmedewerker, die zich buiten de winkel bevond, hoorde het alarm van de detectiepoortjes afgaan en zag op dat moment een vrouw die de poortjes passeerde. Hij sprak de vrouw aan en vroeg of zij mee terug de winkel in wilde lopen om het te controleren. Dit wilde de vrouw niet en zij liep door. De beveiligingsmedewerker heeft de tas van de vrouw vastgepakt en is met die tas terug gelopen naar Kruidvat. Op het moment dat hij de detectiepoortjes passeerde ging het alarm weer af. In de tas bleken diverse verzorgingsproducten aanwezig. Eén van die producten was een elektrische tandenborstel ter waarde van EUR 18,99, welke van Kruidvat afkomstig was. De vrouw had die niet ter betaling aan de kassa aangeboden.
De vrouw, [verdachte], geboren op [1980] te [geboorteplaats] en wonende te [woonplaats] aan de [adres], is vervolgens door [beveiligingsmedewerker] aangehouden.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
A.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte ten verweer betoogd dat zij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de in haar tas aangetroffen elektrische tandenborstel, maar dat zij die tandenborstel eerder die dag had gekocht bij een ander filiaal van Kruidvat in Breda. Over een kassabon beschikte zij niet.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
B.
Ter terechtzitting in hoger beroep is ten verzoeke van de verdediging als getuige gehoord aangeefster [naam aangeefster] assistent filiaalmanager van de bewuste Kruidvat-winkel, die heeft verklaard dat goederen van de winkel zijn beveiligd. Indien die beveiliging niet wordt gedeactiveerd, gaat het geluidsalarm van de detectiepoortjes af; dit zowel bij het verlaten als bij het betreden van de winkel. Voorts heeft de getuige verklaard dat in de verschillende filialen van Kruidvat dezelfde beveiliging wordt gebruikt zodat in het algemeen het geluidsalarm ook in werking zal treden, wanneer bij goederen afkomstig van een ander filiaal de beveiliging niet is gedeactiveerd.
Het hof trekt uit dit één en ander het gevolg dat aan de door verdachte betrokken stelling dat zij de elektrische tandenborstel in een ander filiaal van Kruidvat had aangekocht, geen geloof kan worden gehecht. Niet alleen heeft zij die niet met een betalingsbewijs kunnen staven, ook kan de omstandigheid dat het geluidsalarm van de detectiepoortjes alleen bij het door verdachte verlaten van de winkel is afgegaan en niet ook bij haar binnenkomen niet anders betekenen dan dat zij die tandenborstel in dat bewuste filiaal van Kruidvat in haar tas heeft gestopt en vervolgens de winkel zonder die te betalen heeft verlaten.
C.
In zijn, op de evenweergegeven bewijsmiddelen gebaseerde overtuiging dat verdachte zich aan de ten laste gelegde diefstal schuldig heeft gemaakt, wordt het hof nog gesterkt door haar reactie toen zij, na het verlaten van de winkel, door de beveiligingsmedewerker, [beveiligingsmedewerker], werd aangesproken. Immers het verzet van de verdachte tegen medewerking aan een controle door die [beveiligingsmedewerker] van haar tas is niet goed te rijmen met haar evenweergegeven standpunt nopens een legale herkomst van de tandenborstel. Bovendien heeft zij bij gelegenheid van het verhoor op de dag van haar aanhouding tegenover de politie met geen enkel woord gerept over de aankoop van die tandenborstel elders, hetgeen bij uitstek bij die gelegenheid in de rede had gelegen.
D. Bijgevolg wordt het verweer verworpen.
Bewezenverklaring
Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (genoemd in de voetnoten), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof ten laste van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat
zij op 24 november 2008 te Breda met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een verzorgingsproduct toebehorend aan Kruidvat.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Op te leggen straf
Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan winkeldiefstal.
De eerste rechter heeft verdachte ter zake daarvan veroordeeld tot een geldboete van
EUR 130,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft zich achter de in eerste aanleg opgelegde straf geschaard.
Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Het hof heeft voor wat betreft de op te leggen strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen -grosso modo- vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2009, waaruit blijkt dat zij in elk geval in Nederland niet eerder door een strafrechter is veroordeeld.
Op grond van het vorenstaande acht het hof oplegging van een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:
Diefstal.
Verklaart verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 130,00 (honderd dertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. H.D. Bergkotte, voorzitter,
mr. A.J.M. van Gink en mr. F.A.G.M. Vluggen,
in tegenwoordigheid van mw. H. Van Zandbeek, griffier,
en op 9 februari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.