ECLI:NL:GHSHE:2010:BL3551
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Eijsenga
- E.F.G.M. Gelderman
- M. van Zinnen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord op zoon wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Aan verdachte werd ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 26 juli 2007 te Helmond had gepoogd haar zoon van het leven te beroven door hem een hoeveelheid oxazepam en/of codeïne toe te dienen. De politie trof verdachte, haar zoon en dochter aan in de woning, waarbij verdachte niet aanspreekbaar was en lege medicijnstrips aanwezig waren. Uit toxicologisch onderzoek bleek dat de zoon oxazepam en codeïne binnen had gekregen, maar zonder levensgevaar of letsel.
Verdachte verklaarde dat zij zelf medicijnen had ingenomen en haar zoon abusievelijk medicatie had gegeven. Het hof acht aannemelijk dat verdachte door medicijngebruik niet helder was en dat zij haar zoon onbedoeld oxazepam had toegediend. De afscheidsbrieven en het open laten liggen van lege medicijnstrips werden gezien als een poging om aandacht en mededogen te verkrijgen, niet als bewijs van opzet tot moord of zwaar letsel.
De verdediging voerde aan dat er geen opzet was en het hof oordeelde dat wettig en overtuigend bewijs ontbrak om de poging tot moord te bewijzen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de vrijspraak betrof en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde poging tot moord. De strafrechtelijke vervolging werd daarmee beëindigd wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.