ECLI:NL:GHSHE:2010:BL3539
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Van Dijkhuizen
- Raab
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen en onvoldoende nakoming
Appellanten, een gehuwd echtpaar, verzochten om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder hypothecaire leningen en creditcardschulden. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, en omdat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij de verplichtingen uit de regeling zouden nakomen.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de rechtbank het verzoek ook had moeten toetsen aan een andere wetsbepaling die toelaat dat het verzoek wordt toegewezen indien de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. Het hof oordeelde echter dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet konden voortgaan met het betalen van hun schulden, noch dat zij de verplichtingen uit de regeling naar behoren zouden nakomen.
Het hof stelde vast dat appellanten ondanks financiële problemen doorgingen met het maken van schulden, zoals het verhogen van creditcardschulden en dubbele woonlasten door het aanhouden van een koop- en huurwoning. Verder was onvoldoende bewijs geleverd voor de noodzaak van bepaalde schulden en voor de beperkingen van [Y.] om meer te werken. Het hof concludeerde dat appellanten niet te goeder trouw waren en onvoldoende inspanningen leverden om baten voor de boedel te verwerven.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en onvoldoende nakoming van verplichtingen.