ECLI:NL:GHSHE:2009:BK1913
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- S.C. van Duijn
- J.W. de Ruijter
- C.R.L.R.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Beoordeling absolute competentie politierechter bij deels minderjarige verdachte
In deze strafzaak stond de vraag centraal welke rechter bevoegd was om kennis te nemen van een ten laste gelegde heling gepleegd door een verdachte die tijdens de gepleegde feiten deels minderjarig en deels meerderjarig was. De politierechter had de zaak behandeld, maar zowel de advocaat-generaal als de verdediging betwistten diens bevoegdheid en stelden dat de kinderrechter had moeten oordelen.
Het hof overwoog dat de absolute competentie in eerste aanleg doorgaans bepaalt dat de kinderrechter bevoegd is bij strafrechtelijk minderjarige verdachten en de gewone strafrechter bij meerderjarige verdachten. Hoewel er situaties zijn waarin een splitsing van de ten laste gelegde feiten kan plaatsvinden, vond het hof dat dit ten laste gelegde zich niet leende voor splitsing omdat het één samenhangend strafrechtelijk verwijt betrof.
Gezien het feit dat de verdachte op een moment tijdens de ten laste gelegde periode meerderjarig werd, en de onsplitsbaarheid van het ten laste gelegde, oordeelde het hof dat de politierechter bevoegd was. Het hof besloot het onderzoek in hoger beroep te heropenen en stelde een nieuwe zittingsdatum vast, waarbij ook werd vermeld dat de zaak gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld zal worden met een andere strafzaak tegen de verdachte.
Uitkomst: De politierechter was bevoegd om kennis te nemen van de zaak ondanks deels minderjarige verdachte; het onderzoek in hoger beroep wordt heropend.