ECLI:NL:GHSHE:2009:BK0287
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Den Hartog Jager
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onduidelijke schadevergoeding en niet-bestaande schuldeiserspositie
BASF, een Duitse rechtspersoon, verzocht het gerechtshof om Realchemie Nederland B.V. in staat van faillissement te verklaren. Dit verzoek was gebaseerd op drie vorderingen: een schadevergoeding wegens octrooi-inbreuk, een dwangsom (Zwangsgeldbesluss) en een Ordnungsgeld, beide opgelegd door Duitse autoriteiten.
De rechtbank 's-Hertogenbosch wees het verzoek af, en BASF ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de schadevergoeding nog niet was vastgesteld en dat partijen hierover nog in geschil waren, waardoor BASF geen schuldeiser was in de zin van de Faillissementswet. Daarnaast kon de Duitse dwangsommen niet als grondslag dienen voor een faillissementsverzoek, mede omdat deze vorderingen niet aan BASF toekwamen maar aan de Duitse staat.
Het hof bevestigde dat BASF geen voldoende belang had bij het faillissementsverzoek en dat Realchemie niet in staat van faillissement kon worden verklaard. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek van BASF tegen Realchemie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een vastgestelde schadevergoeding en schuldeiserspositie.