ECLI:NL:GHSHE:2009:BI9152
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over beslag en opeisbaarheid hypotheekvordering op onroerend goed
In deze civiele zaak staat een executiegeschil centraal tussen Resonant en Konsonant enerzijds en SPH en de Bank anderzijds. Het geschil betreft de vraag of de vordering van SPH tot verbod en schorsing van executiemaatregelen terecht is, waarbij de opeisbaarheid van een hypotheekschuld aan de orde is. Resonant en Konsonant zijn eigenaar en bestuurder van betrokken vennootschappen, en SPH mede-eigenaar van het onroerend goed waarop een hypotheek rust.
De voorzieningenrechter had de vordering van SPH toegewezen, stellende dat er geen achterstand in betalingen was en dat het beslag niet als grond voor executie was aangevoerd. Het hof oordeelt echter dat het beslag door de Bank rechtsgeldig is gelegd en dat dit beslag op zich al de opeisbaarheid van de hypotheekschuld rechtvaardigt, ongeacht de betalingsachterstand.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering van SPH af, inclusief de subsidiaire vorderingen tot schorsing en inzicht in betalingen. Tevens worden Resonant en Konsonant niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de Bank en worden zij veroordeeld in de proceskosten. SPH wordt eveneens veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van SPH af en verklaart Resonant en Konsonant niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de Bank.