ECLI:NL:GHSHE:2009:BI1749
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud zoon en familie in Polen
Belanghebbende, een chemisch technoloog en directeur van een eigen vennootschap, betwistte de correcties van de inspecteur op zijn aangiften inkomstenbelasting over 1999 en 2000. Het geschil betrof de aftrek van buitengewone lasten voor het levensonderhoud van zijn zoon en familie in Polen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten van het levensonderhoud van zijn zoon geheel of nagenoeg geheel op hem drukten, mede gelet op het spaarsaldo van de zoon en diens dienstbetrekking vanaf 26 juni 1999. Voor het derde en vierde kwartaal van 1999 was aftrek dan ook niet gerechtvaardigd.
Ten aanzien van de familie in Polen stelde het hof vast dat belanghebbende geen schriftelijke bewijsstukken had overgelegd, zoals wettelijk vereist. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, aangezien de wet per 1997 was gewijzigd en belanghebbende op de brief van de inspecteur uit 1996 had getekend, waarin bewijsvereisten werden gesteld.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de correcties van de inspecteur. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de correcties van de inspecteur op de aftrek van buitengewone lasten voor het levensonderhoud van de zoon en familie.