ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9958
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huijbers-Koopman
- Keizer
- F. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid moedervennootschap bij stopzetting financiering en gevolgen voor werknemers
In deze civiele zaak stond centraal of TBI, als moedervennootschap van [X.], onrechtmatig had gehandeld jegens werknemers door financiële steun aan [X.] te verlenen en vervolgens stop te zetten, waardoor werknemers hun ontslagvergoedingen niet ontvingen.
De feiten betroffen de faillietverklaring van [X.] in 2002, de pogingen tot een management buy-out (MBO), en de communicatie over reorganisatie en ontslagvergoedingen. TBI verleende financiële steun, maar stelde deze stop toen het MBO niet slaagde. Werknemers stelden dat TBI onrechtmatig handelde door schijn van kredietwaardigheid te wekken en onvoldoende te waarschuwen.
Het hof oordeelde dat hoewel TBI financier was en betrokken bij [X.], er geen sprake was van onrechtmatig handelen. Werknemers waren op de hoogte van de financiële problemen, er was geen rechtstreeks contact met TBI, en TBI had geen onvoorwaardelijke toezegging gedaan tot betaling van ontslagvergoedingen. Ook was onvoldoende gebleken dat TBI feitelijk bestuurder was of grote zeggenschap had.
De vorderingen van de werknemers werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. De werknemers werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van werknemers af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.