ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5089

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.018.592
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kranenburg
  • De Klerk-Leenen
  • Bijleveld-van der Slikke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 FwArt. 354 FwArt. 356 Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregelingen en toekenning schone lei

Appellanten, echtelieden, kwamen in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Roermond dat hun schuldsaneringsregelingen tussentijds beëindigde wegens vermeende tekortkomingen en het ontstaan van nieuwe schulden.

De rechtbank had geoordeeld dat appellanten hun verplichtingen niet naar behoren nakwamen, nieuwe schulden maakten en hun schuldeisers benadeelden, waardoor zij van rechtswege in staat van faillissement zouden verkeren. Het hof stelde echter vast dat het verzoek van de bewindvoerder niet op grond van artikel 350 Fw Pro was gedaan, maar op grond van artikel 354 Fw Pro, dat de beoordeling aan het einde van de looptijd regelt.

In hoger beroep bleek dat appellanten uiteindelijk aan hun verplichtingen hadden voldaan, nieuwe schulden en boedelachterstanden waren afgelost met schenkingen van familie, en zij een positieve toekomstverwachting hadden door een vaste baan en budgetbeheer. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de tussentijdse beëindiging betrof en verleende alsnog de schone lei. De zaak werd terugverwezen voor verdere afwikkeling conform artikel 356 Fw Pro.

Uitkomst: Het hof verleent de schone lei en vernietigt het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregelingen tussentijds beëindigde.

Uitspraak

BvdP
4 maart 2009
Sector civiel recht
Zaaknummer HV200.018.592/01
Zaaknummer eerste aanleg 05/372 R en 05/387 R
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Arrest
in de zaak in hoger beroep van:
[X.], en [Y.],
echtelieden, wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: appellanten, respectievelijk de man en de vrouw,
advocaat: mevr. mr. J.H.M. Verstraten.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Roermond van 12 november 2008, waarvan de inhoud bij appellanten bekend is.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 18 november 2008, hebben appellanten verzocht het bestreden vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende:
- vast te stellen dat de tekortkomingen van appellanten van dusdanig kleine omvang zijn dat deze rechtvaardigen dat de schuldsaneringsregelingen van appellanten worden verlengd om appellanten in de gelegenheid te stellen de getroffen afbetalingsregelingen na te komen, dan wel (naar het hof begrijpt: voorwaardelijk subsidiair) – indien appellanten inderdaad in staat zijn om via de vader van de vrouw gelden beschikbaar te krijgen om de nieuwe schulden ineens af te lossen – om vast te stellen dat de schuldsanerings-regelingen van appellanten regulier zullen eindigen met een schone lei;
- (naar het hof begrijpt) meer subsidiair: vast te stellen dat de tekortkomingen van appellanten rechtvaardigen dat de schuldsaneringsregelingen van appellanten na afloop van de reguliere looptijd van 3 jaar eindigen zonder schone lei.
2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 februari 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- appellanten, bijgestaan door hun advocaat mevr. mr. J.H.M. Verstraten.
De heer mr. F.H.H. Smeets, hierna te noemen: de bewindvoerder, is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.
2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;
- het proces-verbaal van de behandeling in eerste aanleg van 6 november 2008;
- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 21 november 2008;
- de brief met bijlagen van mevr. mr. Verstraten d.d. 12 februari 2009.
3. De gronden van het hoger beroep
Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.
4. De beoordeling
4.1. Bij vonnis van 9 november 2005 is ten aanzien van de vrouw de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Bij vonnis van 23 november 2005 is ten aanzien van de man de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
4.2.1. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregelingen beëindigd. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat er baten beschikbaar zijn om daaruit de vorderingen gedeeltelijk te voldoen, waardoor appellanten van rechtswege in staat van faillissement verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
4.2.2. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellanten hun uit de schuldsaneringsregelingen voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomen en door hun doen of nalaten de uitvoering van de schuldsanerings-regelingen belemmeren dan wel frustreren. Bovendien hebben appellanten volgens de rechtbank bovenmatige nieuwe schulden laten ontstaan en trachten zij hun schuldeisers te benadelen. Appellanten hebben geen goede balans kunnen vinden tussen hun inkomsten en uitgaven.
4.3. Appellanten kunnen zich met voormeld vonnis niet verenigen en zijn hiervan in beroep gekomen. Zij erkennen dat tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregelingen nieuwe schulden en een achterstand in de boedelafdracht zijn ontstaan. Volgens hen zijn voor de nieuwe schulden betalingsregelingen getroffen en was de achterstand in de boedelafdracht ten tijde van het vonnis van de rechtbank al geheel betaald.
Appellanten zijn van mening dat ten onrechte een tussentijdse beëindiging is uitgesproken daar de reguliere looptijd van de schuldsaneringsregeling van de vrouw al verstreken was en de looptijd van de schuldsaneringsregeling van de man die maand nog zou aflopen.
4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.
4.4.1. De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep vermeld dat de bewindvoerder een verzoek heeft ingediend om de toepassing van de schuldsaneringsregelingen te beëindigen onder gelijktijdige omzetting in een faillissement. Een dergelijk verzoek van de bewindvoerder bevindt zich echter niet bij de stukken van het hoger beroep. Wel bevindt zich bij de stukken een verzoek beëindiging van de bewindvoerder d.d. 29 oktober 2008, inhoudende dat appellanten toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de verplichtingen, dat er actief voor uitdeling resteert, dat is geverifieerd en dat zal worden uitgedeeld volgens de bijgevoegde uitdelingslijst. Dit verzoek van de bewindvoerder sluit aan bij zijn advies in het eindverslag d.d. 29 oktober 2008 om de schuldsaneringen te beëin-digen zonder toekenning van de schone lei. Het verzoek van de bewindvoerder laat zich dan ook niet anders verstaan dan als een verzoek overeenkomstig het bepaalde in art. 354 lid 1 Fw Pro, en niet als een verzoek overeenkomstig het bepaalde in art. 350 Fw Pro, zoals de rechtbank het verzoek kennelijk heeft verstaan. Het verzoek van de bewindvoerder doet ook recht aan het feit dat de reguliere looptijd van de schuldsaneringsregeling van de vrouw ten tijde van het vonnis van de rechtbank al was afgelopen. De looptijd van de schuldsaneringsregeling van de man zou kort na het vonnis van de rechtbank eindigen.
Het hof zal overeenkomstig de hierop betrekking hebbende grief van appellanten in hoger beroep opnieuw recht doen op het verzoek van de bewindvoerder.
4.4.2. Bij het einde van de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, dient op de voet van artikel 354 lid 1 Fw Pro te worden vastgesteld of appellanten toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Bij deze vaststelling geldt als maatstaf of een tekort- koming, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een duidelijke aanwijzing vormt dat bij appellanten de van hun te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregelingen heeft ontbroken. Ingevolge artikel 354 lid 2 Fw Pro dient te worden nagegaan of termen bestaan een tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing te laten.
4.4.3. Het hof stelt vast dat in hoger beroep is gebleken dat appellanten uiteindelijk aan de uit de schuldsaneringsregelingen voortvloeiende verplichtingen hebben voldaan. Appellanten hebben steeds aan de informatie- en sollicitatieplicht voldaan, zoals ook wordt bevestigd door de bewindvoerder in zijn eindverslag van 29 oktober 2008. Wel zijn er nieuwe schulden ontstaan en is niet altijd op tijd de boedelbijdrage voldaan. Niettemin zijn deze schulden en de opgelopen boedelachterstand alsnog volledig afgelost uit schenkingen van de (schoon-)ouders van appellanten waardoor er momenteel geen schulden meer openstaan. Ook neemt het hof in overweging dat de man nu een vaste baan heeft, dat appellanten hun lesje hebben geleerd en voornemens zijn met budgetbeheer verder te gaan, waardoor ook het toekomstbeeld positief is.
4.5. Het vorenstaande leidt ertoe dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat alsnog de schone lei ten aanzien van appellanten zal worden verleend.
5. De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Roermond van 12 november 2008 ten aanzien van punt 2.1. en 2.4. van het dictum
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregelingen en bepaalt dat appellanten niet toerekenbaar tekortgeschoten zijn in de nakoming van de voor hen uit de schuldsaneringsregelingen voortvloeiende verplichtingen;
bekrachtigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
verwijst de zaak naar de rechtbank Roermond voor verdere afwikkeling van de schuldsaneringsregelingen zoals bedoeld in art 356 Fw Pro.
Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, De Klerk-Leenen en Bijleveld-van der Slikke en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2009.