ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ3488
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beschikking over proceskostenveroordeling in civiele procedure over voorlopig getuigenverhoor
De vrouw stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Maastricht en verzocht incidenteel om het horen van getuigen via een voorlopig getuigenverhoor. Het hof stelde een mondelinge behandeling en comparitie van partijen vast, waarbij de vrouw haar verzoek introk.
De man vorderde daarop een proceskostenveroordeling omdat het verzoek volgens hem gebaseerd was op een inmiddels vervallen wetsartikel, waardoor het verzoek ondeugdelijk zou zijn geweest. Het hof overwoog dat het verzoek ook relevant kon zijn voor andere rechtsgronden zoals bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling en onrechtmatige daad.
Tijdens de zitting werd de onmogelijkheid van toepassing van artikel 3:196 BW Pro nauwelijks besproken vanwege een arrest van de Hoge Raad. Het hof benadrukte dat het verzoek tot getuigenverhoor niet per definitie onnodig was en dat het verzoek terecht werd ingetrokken.
Daarom zag het hof geen reden voor een proceskostenveroordeling en bepaalde dat partijen elk hun eigen kosten dragen. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en uitgesproken op 5 februari 2008.
Uitkomst: Het hof wijst de proceskostenveroordeling af en bepaalt dat partijen elk hun eigen kosten dragen.