ECLI:NL:GHSHE:2008:BG4267
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venner-Lijten
- Drijkoningen
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zieke werknemer wegens ontbreken UWV-verklaring loondoorbetaling
De werknemer trad in september 2004 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, verlengd tot maart 2006. Zij raakte in december 2005 arbeidsongeschikt door een verkeersongeval en overhandigde een Duitse arbeidsongeschiktheidsverklaring. De werkgever betwistte de ziekte en stopte de loonbetaling nadat de werknemer niet bereikbaar was en niet op het werk verscheen. Vervolgens sprak de werkgever een ontslag op staande voet uit, dat zij later ongedaan maakte en stelde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde op 12 maart 2006.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon tijdens ziekte, maar bracht geen verklaring van een UWV-deskundige aan zoals vereist volgens artikel 7:629a BW. De kantonrechter verklaarde de werknemer niet-ontvankelijk, maar het hof vernietigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de werkgever de ziekte had betwist, waardoor de werknemer verplicht was een UWV-verklaring te overleggen. De door de werknemer overgelegde medische verklaringen konden deze niet vervangen. Omdat de werknemer deze niet had overgelegd, wees het hof de vordering alsnog af.
Het hof bevestigde dat het ontslag op staande voet door de werkgever was ingetrokken en dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd. De proceskosten werden deels gecompenseerd, waarbij de werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling tijdens ziekte wordt afgewezen wegens het ontbreken van een UWV-verklaring.