ECLI:NL:GHSHE:2008:BG2205
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangsom bij veroordeling tot betaling aan derde na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in november 2006 gescheiden. De vrouw vorderde dat de man de geldleningen bij de ABN AMRO Bank, die tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden, geheel voor zijn rekening zou nemen en betalen. De rechtbank Breda wees de vordering deels toe, maar wees de dwangsom af en weigerde verbetering van het vonnis.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de afwijzing van de dwangsom en de weigering tot verbetering. Het hof verklaarde het hoger beroep tegen de weigering van verbetering niet-ontvankelijk, maar oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de hoofdregel van artikel 611a Rv toepaste, waardoor de dwangsom ten onrechte werd afgewezen. Het hof wees de dwangsom toe omdat de vrouw geen directe executiemogelijkheid had.
De vrouw kon zich verenigen met de hoofdveroordeling van de rechtbank, zodat het hof deze bekrachtigde en de dwangsom toevoegde. Een aanvullende vordering van de vrouw tot betaling aan haar door de man werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van betalingen door de vrouw aan de bank. De man werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de dwangsom toe bij de veroordeling van de man tot betaling aan de bank en veroordeelt hem in de kosten van het hoger beroep.