ECLI:NL:GHSHE:2008:BF5205
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eigendom en beschikkingsbevoegdheid over perceel na ruilverkaveling en nalatenschapsverdeling
De zaak betreft een geschil over de eigendom en beschikkingsbevoegdheid van een perceel grond dat na ruilverkaveling is gevormd en toebedeeld aan de erven van een overleden persoon. De appellanten, dochters van de overledene, betwisten dat de geïntimeerde mede-eigenaar is geworden van een groot deel van het perceel.
Het hof stelt vast dat de erven door inschrijving van de akte van toedeling in 1990 de mede-eigendom van het nieuwe perceel hebben verkregen als eenvoudige gemeenschap, waardoor artikel 3:190 lid 1 BW Pro niet van toepassing is. Hierdoor zijn de erven bevoegd zelfstandig over hun aandeel te beschikken, tenzij anders overeengekomen.
De appellanten voeren aan dat het aandeel van hun moeder in een onverdeelde nalatenschap viel, waardoor de overige erven niet bevoegd waren te beschikken. Het hof acht het noodzakelijk dat een derde partij, mogelijk mede-erfgenaam, als procespartij wordt betrokken om duidelijkheid te verkrijgen over de verdeling van de nalatenschap. De zaak wordt aangehouden om aanvullende gegevens te verkrijgen en verdere beslissing uit te stellen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere gegevens over de verdeling van de nalatenschap en betrokkenheid van een mede-erfgenaam als procespartij.