ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0479
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Keizer
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en vernietiging bindend advies in civiele procedure tegen Rabobank
In deze civiele procedure vordert appellante vernietiging van een bindend advies van de Klachtencommissie DSI en stelt zij dat de Rabobank tekort is geschoten in haar zorgplicht en aansprakelijk is voor schade. De Rabobank voert verjaring aan, gesteund op een eerder uitgebrachte maar niet ingeschreven dagvaarding. De rechtbank oordeelde dat deze dagvaarding gelijkstaat aan intrekking van de rechtsvordering, waardoor verjaring niet werd gestuit en wees de vorderingen af.
Het hof stelt dat een geding aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding en dat verjaring daardoor wordt gestuit, tenzij de daad van rechtsvervolging wordt ingetrokken. Het enkele feit dat een dagvaarding niet is ingeschreven, betekent niet dat de rechtsvordering is ingetrokken; hiervoor is een actieve handeling vereist. Het gevolg van niet-inschrijving is dat de aanhangigheid vervalt indien niet binnen twee weken een herstelexploot wordt uitgebracht. In dit geval is binnen zes maanden een nieuwe eis ingesteld, waardoor de verjaring tijdig is gestuit.
Verder oordeelt het hof dat het bindend advies van de Klachtencommissie DSI niet vernietigbaar is, omdat appellante onvoldoende feiten heeft gesteld die de vernietiging kunnen rechtvaardigen. De klachtencommissie heeft gemotiveerd geoordeeld dat de adviezen van de Rabobank niet in strijd waren met het doelrisicoprofiel en dat de klachttermijn was overschreden voor een deel van de klacht. De grieven van appellante worden afgewezen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot vernietiging van het bindend advies af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.