ECLI:NL:GHSHE:2008:BE8991
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Van Gink
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Verdeling goodwill en huwelijksgemeenschap bij echtscheiding met BV-aandelen
Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en gescheiden in 2005. In het echtscheidingsconvenant is afgesproken dat de peildatum voor de huwelijksgemeenschap 1 januari 2004 is. De man bracht zijn maatschapsaandeel in een BV in, waarvan hij directeur en enig aandeelhouder is. De vrouw vordert dat de goodwill, die de man bij uittreden uit de maatschap zal ontvangen, wordt betrokken in de verdeling.
De rechtbank stelde de vrouw in het gelijk, maar de man betwistte dit omdat de goodwill volgens hem is verdisconteerd in de waarde van de BV-aandelen. Het hof oordeelde dat de goodwill niet in de aandelenwaarde was meegenomen en dat de aanspraak op goodwill een afzonderlijk vermogensbestanddeel vormt dat verdeeld moet worden. De vrouw heeft recht op de helft van 13/22ste deel van de toekomstige goodwillvergoeding, ongeacht of deze rechtstreeks aan de man of via de BV wordt uitgekeerd.
Verder zijn geschillen over de waardering van andere vermogensbestanddelen, zoals een vordering op een architect, polissen bij de Stad Rotterdam en een bankrekening, besproken en vastgesteld. Ook zijn verrekenposten en pensioenpremies behandeld, waarbij het hof bepaalde dat de vrouw aan de man een bedrag moet betalen voor diverse verrekenposten en pensioenpremies.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze over de goodwill en de verdeling van de huwelijksgemeenschap ging, stelde de verdeling opnieuw vast en compenseerde de proceskosten. De beslissing benadrukt dat goodwill als een op geld waardeerbaar bestanddeel in de huwelijksgemeenschap moet worden betrokken, ook als deze via een BV loopt.
Uitkomst: De vrouw heeft recht op een deel van de goodwillvergoeding en diverse vermogensbestanddelen worden verdeeld met bijbehorende verrekeningen.