ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9047
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Everaars-Katerberg
- Beekhoven van den Boezem
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep tegen verlenging machtiging uithuisplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind door de rechtbank Breda. De machtiging was verleend tot 11 juli 2008, terwijl de mondelinge behandeling van het hoger beroep pas op 10 juli 2008 plaatsvond, waardoor het hof geen uitspraak kon doen vóór het verstrijken van de termijn.
De moeder stelde dat zij ondanks het verstreken zijn van de termijn belang had bij een inhoudelijke beoordeling, omdat een onrechtmatig handelen van de stichting en/of de raad jegens haar en haar kind mogelijk een schending van het recht op family life inhoudt, wat aanleiding zou kunnen geven tot een schadevergoeding.
Het hof oordeelde echter dat dit belang onvoldoende is om ontvankelijkheid in het hoger beroep te rechtvaardigen, verwijzend naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad (26 januari 1996, NJ 1996, 377). Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar beroep tegen de beschikking van de rechtbank Breda van 8 mei 2008.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.