ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6235
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Everaars-Katerberg
- Smeenk-van der Weijden
- Pellis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij toewijzing gemeenschappelijk verzoek echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarbij het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader is vastgesteld en het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan de vader is toegekend. De moeder stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist en dat het in het belang van de kinderen is dat zij het hoofdverblijf bij haar hebben. Tevens stelt zij dat het huurrecht aan haar moet worden toegekend. De moeder beroept zich op depressieve klachten en druk van de vader bij het opstellen van het convenant.
Het hof overweegt dat partijen een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding hebben ingediend met afspraken over de kinderen en het huurrecht. De moeder heeft in eerste aanleg gekregen wat zij heeft verzocht. Jurisprudentie leert dat hoger beroep niet is bedoeld om een toegewezen verzoek ongedaan te maken omdat een partij van gedachten verandert. Het hof verklaart de moeder daarom niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Het hof merkt op dat de moeder zich beroept op wilsgebrek en wijziging van omstandigheden, maar dat dit niet in hoger beroep kan worden behandeld; zij dient zich daarvoor tot de rechtbank te wenden. Het hof compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep, waardoor de beschikking van de rechtbank blijft staan.