ECLI:NL:GHSHE:2008:BD5660
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Slootweg
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijk ontslag en vergoeding directeur bouwdivisie
De zaak betreft het hoger beroep van [X.] IBC Bouw B.V. tegen het vonnis van de rechtbank dat het ontslag van [Y.], statutair directeur van de bouwdivisie, nietig verklaarde wegens ontslag tijdens ziekte. [Y.] was sinds 1974 in dienst en werd in 2001 benoemd tot divisiedirecteur. Vanaf eind 2003 ontstond een conflict met een collega-directeur, [Z.], waarbij de Raad van Bestuur naliet te bemiddelen.
In 2004 werd [Y.] een functie als directeur van twee werkmaatschappijen aangeboden, een lagere functie, waarvoor hij een psychologische test moest ondergaan. Tijdens het gesprek met de psycholoog stortte hij in en meldde zich ziek. De bedrijfsarts verklaarde hem arbeidsongeschikt tot 19 juli 2004, waarna hij arbeidsgeschikt werd verklaard, maar het hof oordeelde dat dit te vroeg was gezien de spanningen en onzekerheden.
Het ontslag op 26 juli 2004 werd daarom als nietig beoordeeld. Het hof bevestigde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het gebrek aan adequate interventie door de Raad van Bestuur en de druk die op [Y.] werd uitgeoefend. De kantonrechtersformule werd toegepast voor de vergoeding, die het hof vaststelde op € 900.000. Daarnaast werd een vergoeding toegekend voor het niet kunnen gebruiken van de leaseauto en werden gratificaties en proceskosten toegewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank slechts voor zover het meer of anders gevorderde werd afgewezen en bekrachtigde het verder. De kosten van het incidenteel appel werden gecompenseerd, en het principaal appel werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van de directeur is nietig wegens ontslag tijdens ziekte en het hof kent een vergoeding van €900.000 toe wegens kennelijk onredelijk ontslag, plus vergoeding voor het gemis van de leaseauto.