ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8706
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-Van Dijken
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnissen inzake onbetaalde facturen en opdrachtgeverschap in civiel geschil
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de appellanten recht hadden op betaling van diverse facturen voor verrichte werkzaamheden en of de geïntimeerde vennootschap onder firma als opdrachtgever kon worden aangemerkt. De appellanten stelden dat zij werkzaamheden hadden verricht voor de vennootschap onder firma en haar firmanten, maar konden niet aantonen dat de vennootschap onder firma daadwerkelijk hun opdrachtgever was.
De rechtbank had eerder de vorderingen van beide partijen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden gespecificeerd welke werkzaamheden zij hadden verricht en dat zij niet aan hun informatieplicht jegens de vermeende opdrachtgever hadden voldaan, zoals vereist op grond van artikel 7:403 BW Pro. Daarnaast werd appellanten niet-ontvankelijk verklaard voor zover het hoger beroep was gericht tegen partijen die geen partij waren in eerste aanleg.
Het hof verwierp ook het verweer van de geïntimeerde dat er sprake was van een koopovereenkomst in plaats van een ruilovereenkomst, omdat hiervoor onvoldoende concrete feiten waren gesteld. De bestreden vonnissen werden dan ook bekrachtigd, waarbij de proceskosten in principaal appel en incidenteel appel werden toegewezen aan de respectievelijke in het ongelijk gestelde partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en verklaart appellanten niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht is tegen bepaalde geïntimeerden.