ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8291
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- H. Eijsenga
- F. van Es
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ernstige verwaarlozing van paarden, schapen en geiten
De verdachte werd beschuldigd van het onthouden van de nodige verzorging aan paarden, schapen en geiten op een perceel nabij een adres te Bladel, in de periode van oktober 2004 tot januari 2005. Het hof verduidelijkte dat het niet voldoende (bij)voeren van de dieren en het ontbreken van droogstandplaatsen en vers drinkwater bewezen was.
De verdediging voerde aan dat de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) alleen op productiedieren van toepassing zou zijn, dat het opsporingsonderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd, getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren en dat de slechte conditie van de dieren door vergiftiging kon worden verklaard. Het hof verwierp al deze verweren op basis van de parlementaire geschiedenis, de consistentie van het bewijs en het ontbreken van aanwijzingen voor vergiftiging.
Het hof kwalificeerde het bewezen verklaarde als medeplegen van het zich gedragen in strijd met artikel 37 van Pro de GWWD, meermalen gepleegd. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, met een vervangende hechtenis van 90 dagen, en de verbeurdverklaring van 29 paarden, 25 schapen en 10 geiten. De gevangenisstraf van twee maanden werd geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de verwaarlozing, de omstandigheden waaronder deze plaatsvond en het feit dat de verdachte geen eerdere soortgelijke veroordelingen had. De verbeurdverklaring van de dieren werd als bijkomende straf opgelegd vanwege de ernst van de feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur taakstraf en verbeurdverklaring van 29 paarden, 25 schapen en 10 geiten wegens ernstige dierenverwaarlozing.