ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8010
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag na overgang reisbureau
Werkneemster [Y.] was sinds 1970 in dienst van de Rabobank en werkte als hoofd reisbureau. Na het vervallen van het reisbureau per 1 november 2002 werd zij vrijgesteld van werkzaamheden en begeleid via het Rabobank Jobcenter, zonder resultaat. De Rabobank bood een ontbinding met een vergoeding op basis van een correctiefactor 0,75, welke [Y.] afwees.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding van €10.000 toe. [Y.] ging in hoger beroep en vorderde een hogere vergoeding, stellende dat de kantonrechter onvoldoende rekening hield met haar leeftijd, eenzijdige arbeidsverleden en de nadelige gevolgen van de overgang van onderneming.
Het hof bevestigde het kennelijk onredelijk ontslag en stelde vast dat de Rabobank geen passende functie kon bieden, maar dat [Y.] ook geen passende functie had kunnen vervullen. Het hof vond dat de kantonrechterformule met correctiefactor 1 passend was, rekening houdend met de outplacementkosten van €8.392,02 en het loon tijdens de periode van non-activiteit. Uiteindelijk werd de schadevergoeding verhoogd naar €27.000 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente.
De Rabobank werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof verwierp de stelling van slecht werkgeverschap en onrechtmatig handelen van de Rabobank, gelet op de geboden suppletieregeling en het feit dat [Y.] ervoor koos niet bij het overnemende reisbureau in dienst te treden.
Uitkomst: De Rabobank is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €27.000 bruto aan [Y.] wegens kennelijk onredelijk ontslag.