ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5434

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R200701376
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Smeenk-van der Weijden
  • Pellis
  • Everaars-Katerberg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid ouders in hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing

In deze zaak hebben de ouders hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing betrof. De bestreden beschikking vermeldde niet expliciet tot welke datum de machtiging was verleend, maar het hof ging uit van de maximale termijn, namelijk tot uiterlijk 8 februari 2008, gelijk aan de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

De mondelinge behandeling vond plaats op 31 januari 2008, waarbij de ouders, hun advocaat, de Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant werden gehoord. Ondanks een uitdrukkelijk verzoek van de ouders en hun advocaat kon het hof wegens logistieke redenen niet vóór de expiratiedatum van de machtiging uitspraak doen.

Omdat de expiratiedatum van de machtiging uithuisplaatsing was verstreken op het moment van de uitspraak in hoger beroep, was het belang van de ouders bij het hoger beroep komen te vervallen. Het hof verklaarde de ouders daarom niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter van 8 november 2007.

Uitkomst: Ouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens vervallen belang na het verstrijken van de machtigingstermijn.

Uitspraak

DvdH
21 februari 2008
Sector civiel recht
Rekestnummer: R200701376
Zaaknummer eerste aanleg: 166990/JE-RK 07-2161
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Beschikking
in de zaak in hoger beroep van:
[vader],
en
[moeder],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: de ouders,
procureur: mr. P.J.F.X. de Poorter,
t e g e n
Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord en Zuidoost-Brabant,
gevestigd te Eindhoven,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de raad.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 november 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 17 december 2007, hebben de ouders verzocht de bestreden beschikking te vernietigen.
2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 januari 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat mr. P.J.F.X. de Poorter;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw E.A.P. van den Dam;
- Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, vertegenwoordigd door de heer G. Vissers en mevrouw R. van Breugel.
2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;
- de brief met bijlage d.d. 22 januari 2008 van de raad.
3. De gronden van het hoger beroep
Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.
4. De beoordeling
4.1. Uit de bestreden beschikking blijkt niet tot welke datum de machtiging uithuisplaatsing is verleend. Het hof gaat uit van de maximale termijn dat wil zeggen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot uiterlijk 8 februari 2008. Het hof is wegens logistieke redenen – ondanks uitdrukkelijk verzoek van de ouders en hun advocaat – niet in staat om vóór 8 februari 2008 uitspraak te doen.
4.2. Nu de expiratiedatum van de machtiging uithuisplaatsing reeds is gepasseerd ten tijde van de uitspraak in hoger beroep, is het belang van de ouders bij het hoger beroep komen te vervallen. Het hof zal de ouders daarom alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het door hen ingestelde hoger beroep.
5. De beslissing
Het hof:
verklaart de ouders alsnog niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 8 november 2007.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Smeenk-van der Weijden, Pellis en Everaars-Katerberg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 21 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.