ECLI:NL:GHSHE:2008:BC4960
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Keizer
- Hofkes
- De Kok
- Rechtspraak.nl
Borgtocht en afstand van rechten na betalingsproblemen varkensfokbedrijf
Appellant verkreeg in 1993 alle aandelen in een varkensfokbedrijf en sloot een borgtochtovereenkomst met Rabobank voor een krediet van NLG 100.000. In 1998 ontstonden betalingsproblemen, waarna gesprekken plaatsvonden over afbouw en vrijwillige liquidatie van het bedrijf. Appellant stelde dat Rabobank afstand had gedaan van haar borgtochtrechten in ruil voor medewerking aan de liquidatie.
De rechtbank wees dit bewijs af en veroordeelde appellant tot betaling van de borgtochtvordering. In hoger beroep voerde appellant aan dat Rabobank expliciet of stilzwijgend afstand had gedaan van haar rechten, dan wel dat nakoming onaanvaardbaar was volgens redelijkheid en billijkheid. Diverse getuigen, waaronder accountant, belastingadviseur en Rabobankdirecteur, verklaarden over de gesprekken en intenties.
Het hof oordeelde dat uit de verklaringen geen expliciete en onvoorwaardelijke afstand bleek. Uitlatingen als "Dat los ik wel op" waren niet als toezegging te kwalificeren. De indrukken van getuigen waren onvoldoende om vertrouwen te rechtvaardigen dat appellant niet zou worden aangesproken. Het hof stond appellant toe bewijs te leveren over afstand van borgtochtrechten en hield verdere beslissing aan, met aanwijzingen voor getuigenverhoor onder raadsheer-commissaris.
Uitkomst: Het hof laat appellant toe bewijs te leveren over afstand van borgtochtrechten en houdt verdere beslissing aan.