ECLI:NL:GHSHE:2008:BC4861
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rothuizen-van Dijk
- Kranenburg
- Antens
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kantonrechter en afwijzing beroep tegen ontruiming huurovereenkomst
Appellanten, een echtpaar, voerden hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Breda van 13 juni 2007, waarin hun huurovereenkomst met WB Nederland B.V. werd ontbonden en ontruiming werd bevolen. Het hof overwoog dat WB gerechtigd was het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te executeren zonder de uitkomst van het hoger beroep af te wachten, mede gezien de vele eerdere procedures en de eerdere voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst.
Appellanten stelden onder meer dat de echtgenoot medehuurder was omdat hij zijn hoofdverblijf in de woning had, en dat ontruiming tot een noodtoestand zou leiden. Het hof vond deze stellingen niet aannemelijk, mede omdat de echtgenoot pas na het vonnis op het adres was ingeschreven en er geen bewijs was dat hij het hoofdverblijf had vóór de ontbinding.
Verder werd overwogen dat appellanten de woning vrijwillig hadden verlaten en dat WB een rechtens te respecteren belang had bij executie. De door appellanten aangevoerde omstandigheden, zoals de opname van een familielid in het ziekenhuis, waren onvoldoende onderbouwd om executie te verhinderen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees het hoger beroep af, en veroordeelde appellanten in de kosten van de procedure in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af, waarbij appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.